Varkens zijn van nature intelligent, nieuwsgierig en speels. Al snuffelend en wroetend verkennen zij hun omgeving. Varkens wroeten in de aarde op zoek naar voedsel en rollen door de modder om af te koelen of om parasieten kwijt te raken. Niets van dit natuurlijke gedrag is mogelijk in de bio-industrie.
Als je de film ’Babe’ hebt gezien, met een varken in de hoofdrol, dan ben je misschien verbaasd over wat een varken allemaal kan. Varkens kunnen luisteren naar hun naam. Op commando kunnen zij allerlei kunstjes vertonen. Maar zij kunnen ook computerprogramma’s leren bedienen! Zo kun je een varken meer leren dan een hond! In de bio-industrie hebben varkens echter niets te doen. Zij vervelen zich dan ook rot.
Geen staart
Mestvarkens, dat zijn de varkens die vet-gemest worden om vlees van te maken, staan opgesloten in kale hokken met een betonnen of stalen vloer. Ze hebben geen stro om in te wroeten, ze komen nooit buiten en om ze rustig te houden, staan ze het grootste deel van de dag in het donker! Uit verveling bijten de varkens elkaar. Om te voorkomen dat ze elkaar te grote verwondingen toebrengen worden vaak de staarten van de varkens geknipt. Let maar eens op als je ooit een varkensstal bezoekt: de meeste varkens hebben geen staart!
Zeugen uitgeput
Zeugen, dat zijn moedervarkens, zijn er nog slechter aan toe. In de natuur bouwt een zeug een nest als zij jongen krijgt. In de bio-industrie is dat niet mogelijk. De zeug heeft geen stro en nog steeds staan heel veel zeugen tussen stalen stangen, waardoor zij zich nauwelijks kunnen bewegen. Uit verveling bijten zij uren achter elkaar op de stangen. Pas in 2013 zal het niet meer toegestaan zijn zeugen op deze manier te houden. Zeugen in de bio-industrie moeten zoveel mogelijk biggen ’produceren’. Maar na verloop van tijd raakt hun lichaam uitgeput. Ze worden niet zo snel meer zwanger en hun poten zijn beschadigd door het leven op de harde stalen of betonnen vloer. Veel langer dan twee à drie jaar gaan de zeugen in de bio-industrie niet mee. Terwijl varkens wel 20 jaar oud kunnen worden!
Video: de kraambox
Wanneer een
zeug biggen heeft komt ze in het kraamhok. Opnieuw tussen stalen
stangen. Ze kan niet bij haar biggen zoals ze zelf zou willen, maar ze
kan ook niet bovenop haar biggen gaan liggen.
Bij de biologische boer kunnen de varkens naar buiten en hebben ze stro in de stal. De dieren mogen hun staarten houden en ze worden niet opgesloten in krappe hokken of kooien. Bovendien krijgen ze gezond voer, waarin geen medicijnen zitten. Je herkent vlees van varkens die een goed leven hadden aan het EKO-keur!
Wat vind jij?
Zeugen met biggen worden vaak opgesloten in smalle kooien, om te voorkomen dat ze per ongeluk op de biggen gaan liggen. De kooi (kraambox) belet de zeug zich te bewegen en zich met haar jongen te bemoeien. Toch zijn er goed ontworpen alternatieven, die hetzelfde doel bereiken. Biggen die buiten worden gehouden overleven net zo goed als biggen die in kooien worden geboren.
Mijn mening:
Ik vind het gebruik van kraamboxen:
Download deze pagina!
Je kunt deze pagina downloaden [155 KB]
, als PDF-bestand. Handig om uit te printen, of om uit te delen in de klas!