De 'kleine' vee-industrie

Niet alleen koeien, kippen en varkens leven in de vee-industrie. Ook andere dieren worden gehouden of gevangen voor hun vlees. Denk maar eens aan vissen, of konijnen.

Konijnen

Konijnen zijn van nature rennende en spelende dieren die lange gangenstelsels graven, waarin ze zich verstoppen bij gevaar. In die holen leven ze in een groep bij elkaar met 1 of 2 mannetjes en ongeveer 5 vrouwtjes, de voedsters.

Werpen en zogen

Konijnen in de vee-industrie leiden een heel ander bestaan. Ze zitten in krappe draadgazen kooien. De dieren kunnen er niet behoorlijk bewegen, huppelen en rennen zijn zelfs onmogelijk. Veel kooien zijn maar 30 cm hoog, waardoor vooral de voedsters niet rechtop kunnen staan en een vergroeide rug krijgen. Ook komen kapotte voetzolen vaak voor bij de voedsters.

Een voedster in de vee-industrie werpt zo'n 50 nakomelingen per jaar. Ze bezwijkt gemiddeld na een jaar ‘productie’, terwijl konijnen normaal wel 6 jaar of ouder kunnen worden!

Na de geboorte blijven de jonge konijnen zes weken bij hun moeder in de kooi. Dat veroorzaakt vaak problemen omdat konijnen dit niet van nature gewend zijn. Nadat de konijnen weggehaald zijn bij hun moeder groeien ze verder totdat ze ongeveer 2,5 kilo wegen. Dan worden ze in kratten geladen en gaan ze op weg naar een slachterij in België of Frankrijk. Ook dat veroorzaakt veel stress. Omdat er onderweg vaak gestopt wordt duurt het transport vaak lang.

Vis uit kwekerijen

Veel mensen denken dat een vis een vrij leven heeft gehad. Steeds meer vis wordt echter helemaal niet meer op zee gevangen. Het merendeel van de paling, forel en meerval is afkomstig uit viskwekerijen. De ruimte die de vissen daar krijgen kun je vergelijken met een volle badkuip voor een 60 cm grote zalm. Het vasthouden van de vissen zorgt dat ze hun natuurlijke instinct niet kunnen volgen. Ze kunnen niet naar hun geboorteplek terugkeren om daar eitjes te leggen. Maar dat is niet het enige dat hun welzijn verstoort.

Vissen zijn erg gevoelig voor stress en voor de kwaliteit van het water waarin ze leven. Als het water vervuild raakt, te koud is of te weinig zuurstof bevat, kunnen ze in de zee naar betere plekken zwemmen. Maar in de vee-industrie zwemmen ze in hun eigen uitwerpselen rond.

De vissen worden zo snel mogelijk vetgemest, en krijgen daarbij vis te eten – een goedkopere soort die wij zelf minder lekker vinden. Het kost zo’n 5 vissen om voor ons 1 zalm te kweken. De kwekers laten de vis niet alleen met extra voer sneller groeien. Ze fokken ook met speciaal uitgekozen vissen die van nature snel groeien. Deze krijgen hormonen om de groei nog eens extra te bevorderen. Zo worden vissen gefokt die meer eten, sneller groeien en uiteindelijk zwaarder wegen.

Kan het anders?

Vissen die gevangen worden op zee hebben een beter, natuurlijker leven dan vis uit kwekerijen. Maar het vangen van vissen gaat voor deze dieren gepaard met pijn, leed, angst en stress. In Nederland is er nog geen EKO keur voor vis uit kwekerijen. Er is wel een speciaal keurmerk voor duurzaam gevangen vis. Dat keurmerk betekent dat de vissers niet te veel vis vangen en dat de visserij geen schade aanricht in de natuur.

Wat vind jij?

Vissen in een kwekerij hebben weinig ruimte en geen natuurlijke leefomgeving. Vissen in zee hebben die wel, maar zij ervaren pijn en stress bij de vangst. Vissen worden meestal niet diervriendelijk gedood. Ze gaan op het droge langzaam vanzelf dood. Ook dat is vaak pijnlijk.

Vis

Ik vind het vangen en kweken van vis:

goed0%
slecht0%
geen mening0%

Create an online survey quiz or web poll



Download deze pagina!

Je kunt deze pagina downloaden [420 KB] , als PDF-bestand.
Handig om uit te printen, of om uit te delen in de klas!