 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bij het woord bio-industrie denken de meeste mensen alleen aan koeien, kippen en varkens. Maar in de bio-industrie zitten ook andere dieren, konijnen en vissen bijvoorbeeld.
|
|
|
|
|
|
Konijnen zijn van nature rennende en spelende dieren die lange gangenstelsels graven, waarin ze zich verstoppen bij gevaar. In die holen leven ze in een groep bij elkaar met 1 of 2 mannetjes en ongeveer 5 vrouwtjes, de voedsters. Maar konijnen in de bio-industrie leiden een heel ander bestaan. Ze zitten met zes dieren in een kooi, die je nog te klein zou vinden om je eigen huiskonijn in te stoppen. De dieren kunnen er niet behoorlijk staan of bewegen. Daardoor heeft meer dan de helft van de konijnen een kromgegroeide rug en ze krijgen kapotte voetzolen van het gaas.
|
 |
|
|
|
|
|
|
Een vrouwtje in het wild begint twee weken voordat ze haar jongen werpt met het maken van een nest. Zodra de jongen geboren zijn, geeft ze hen 1 keer per dag voedsel. De rest van de tijd sluit ze het hol af. In de bio-industrie zit een voedster de hele dag bij haar jongen in dezelfde kooi. Ze kan het hier zo van op haar zenuwen krijgen dat ze haar eigen jongen verwaarloost, vertrapt of zelfs opeet! Daarnaast hebben konijnen in de bio-industrie overmatig poetsgedrag door hun knaagbehoefte en eten ze hun haren op.
Een vrouwtje moet in de bio-industrie maar liefst 50 nakomelingen per jaar werpen. Ze bezwijkt gemiddeld na een jaar ‘productie’, terwijl konijnen normaal wel 6 jaar of ouder kunnen worden!
|
|
|
|
|
|
Veel mensen denken dat een vis een vrij leven heeft gehad. Steeds meer vis wordt echter helemaal niet meer op zee gevangen. Het merendeel van de paling, forel en meerval is afkomstig uit viskwekerijen. De ruimte die de vissen daar krijgen kun je vergelijken met een volle badkuip voor een 60 cm grote zalm. Het vasthouden van de vissen zorgt dat ze hun natuurlijke instinct niet kunnen volgen. Ze kunnen niet naar hun geboorteplek terugkeren om daar eitjes te leggen. Maar dat is niet het enige dat hun welzijn verstoort.
Vissen zijn erg gevoelig voor stress en voor de kwaliteit van het water waarin ze leven. Als het water vervuild raakt, te koud is of te weinig zuurstof bevat, kunnen ze in de zee naar betere plekken zwemmen. Maar in de bio-industrie zwemmen ze in hun eigen uitwerpselen rond.
De vissen worden zo snel mogelijk vetgemest, en krijgen daarbij vis te eten – een goedkopere soort die wij zelf minder lekker vinden. Het kost zo’n 5 vissen om voor ons 1 zalm te kweken. De kwekers laten de vis niet alleen met extra voer sneller groeien. Ze fokken ook met speciaal uitgekozen vissen die van nature snel groeien. Deze krijgen hormonen om de groei nog eens extra te bevorderen. Zo worden vissen gefokt die meer eten, sneller groeien en uiteindelijk zwaarder wegen.
|
 |
|
|
|
|
|
|
Vissen die gevangen worden op zee hebben een beter, natuurlijker leven dan vis uit kwekerijen. Maar het vangen van vissen gaat voor deze dieren gepaard met pijn, leed, angst en stress. In Nederland is er nog geen EKO keur voor vis uit kwekerijen. Er is wel een speciaal keurmerk voor duurzaam gevangen vis. Dat keurmerk betekent dat de vissers niet te veel vis vangen en dat de visserij geen schade aanricht in de natuur.
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vissen in een kwekerij hebben weinig ruimte en geen natuurlijke leefomgeving. Vissen in zee hebben die wel, maar zij ervaren pijn en stress bij de vangst. Vissen worden meestal niet diervriendelijk gedood. Ze gaan op het droge langzaam vanzelf dood. Ook dat is vaak pijnlijk.
|
 |
|
|
|
|
|
|
Ik vind het vangen en kweken van vis: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Je kunt deze pagina downloaden [543 KB]
, als PDF-bestand. Handig om uit te printen, of om uit te delen in de klas!
|
 |
|
|
 |